Terwijl ik rustig mijn krantje zat te lezen, onder het genot van een bakje koffie, hoor ik de stem van mijn buurman bij de achterdeur. Hallo? Ben je thuis buur? Mijn vrouw die van een rustige zondagmorgen houd keek kwaad op vanuit haar boek en zei; daar gaat hij weer. Zuchtend sta ik op en loop naar de achterdeur.

Hee, buur, goedenmorgen heb je even tijd? Waarvoor vraag ik. Nou dat zal ik je vertellen, heb jij een fietspomp? Fietspomp? Wat moet jij met een fietspomp. Jij fiets immers nooit, bovendien heb je wel een fiets? Nee, buur het gaat er niet om of ik een fiets heb, ik moet wat oppompen. Tja zeg ik dan moet ik even naar de garage voor die fietspomp. Is goed zei buur, dan kijk ik even bij je vrouw, en weg was hij. Nou mompelde ik, daar zal mijn vrouw blij van worden. Als ik weer naar binnen ga hoor ik mijn buur met mijn vrouw in discussie. Wat hebben jullie een drukte zeg ik als ik binnen kom. Mijn vrouw keek me kwaad aan en zei; Buur wilde een pilsje op de vroege ochtend, nou dat kan hij wel vergeten. Koffie kan hij krijgen en anders niets. Buur keek me smekend aan en zei dan; man die koffie is niet te zuipen van jullie. Sorry dat ik het zeg. Nou,nou, buur, sus ik, niet te grof worden hé, waar mijn vrouw bij is. Ik zal je vertellen buur, je moet die koffieproever van de plaatselijke voetbalclub hier eens je koffie laten keuren. Dat wordt een dikke onvoldoende wat ik je brom. Nou ja zei ik als mijn koffie je niet aanstaat dan krijg je niets, maar je krijgt geen pilsje nu. Trouwens wat moet jij zo vroeg in de ochtend hier, normaal gesproken slaap je uit, na het zware nachtleven die je leid, zei mijn vrouw. Oh ik wilde graag je fietspomp even lenen. Mijn vrouw proestte het uit. Fietspomp? Ja, zei mijn buur, jullie fietspomp. Heb je een kinderbadje of een opblaaspop gekocht buur? Nou toen waren de rapen gaar natuurlijk. Heb wel een kwartier staan praten om ze weer tot rust te krijgen. Wat bleek buur wilde daar een voetbal mee oppompen, die hij gekocht had. De volgende vraag die op mijn lippen lag was wat moet buurman met een voetbal, mijn vrouw was me net voor. Jij voetballen? Ja, zei mijn buur. Ik ga in training, ga waarschijnlijk in het veteranen elftal spelen hier. Tjonge,zei mijn vrouw. Ik keek hem verbaasd aan. Jij kunt voor geen meter voetballen buur. Het enigste waar jij goed in zou kunnen worden zou dan als doelpaal eh sorry doelman zijn, met jouw postuur. Dit was voor mijn buur zelfs te veel. Hij greep de fietspomp, bedankte mij ,en knalde de deur achter hem dicht. Wacht maar af, riep hij kwaad buiten.

 

Wat vond je van dit verhaal.